
Wet studiefinanciering 2000
Artikel 4.3 Langdurige afwezigheid in het beroepsonderwijs
1
De studiefinanciering van de deelnemer die zonder geldige reden niet aan het onderwijs heeft deelgenomen gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 5 weken, bestaat met uitzondering van de reisvoorziening geheel uit een lening met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de afwezigheid zonder geldige reden aanving. De periode van 5 weken wordt verlengd met de weken waarin vanwege vakantie geen onderwijs werd verzorgd.
2
In afwijking van het eerste lid kan bij ministeriƫle regeling worden bepaald dat voor soorten van beroepsonderwijs het eerste lid van overeenkomstige toepassing is, indien een deelnemer in een of meer onderwijseenheden zonder geldige reden niet aan het onderwijs heeft deelgenomen.
3
Onder afwezigheid met geldige reden wordt uitsluitend verstaan afwezigheid wegens ziekte van de deelnemer, welke ziekte uitsluitend kan worden aangetoond door middel van een gedagtekende verklaring van een arts, of afwezigheid wegens bijzondere familieomstandigheden.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
-
LJN BD7126, Eerste aanleg - enkelvoudig, 07/3745
Rechtsoort
Bestuursrecht overig
Datum uitspraak
02-07-2008
Status
gepubliceerd
Soort procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Instantie
gepubliceerd
Rechtsoort
Rechtbank RotterdamProcedurenummer(s): BC 07/3745-NIFT Kop: Uitleg van artikel 4 van het Vrijstellingsbesluit Wet Bpf 2000 bij beoordeling van een verzoek om vrijstelling van verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds in verband met een eigen CAO. Wetsverwijzing: Artikel 2, eerste lid, van de Wet Bpf...